Ga naar hoofdinhoud
Your session has expired. Reloading...

Non-HDL-cholesterol: wat een normaal LDL niet laat zien

Non-HDL-cholesterol is alles wat er van uw cholesterol overblijft nadat het HDL eraf is getrokken: de cholesterol in LDL, IDL, VLDL, de restdeeltjes van de vetvertering en Lp(a). Eén getal dus voor alle deeltjes die zich in een slagaderwand kunnen vastzetten, gratis meegeleverd bij elk lipidenprofiel.

Voor mannen bij wie de buikomvang de laatste jaren is toegenomen, is dit meestal het eerlijkste getal op het formulier. Juist bij een dikkere taille en oplopende triglyceriden vleit een berekend LDL, terwijl non-HDL laat zien wat er werkelijk rondgaat.

Hoe hoog non-HDL-cholesterol mag zijn, hangt af van uw risicoprofiel. De 3,3 mmol/l op uw uitslag beschrijft de bevolking en is geen streefwaarde.

Beoordeling door arts inbegrepen

Wanneer is deze waarde afwijkend?

Afkapwaarden per uitslag, in mmol/l
Uitslag Waarde (mmol/l)
Normaal < 3,9
Verhoogd ≥ 3,9

Non-HDL-cholesterol wordt berekend als totaal cholesterol min HDL-cholesterol en telt al het "slechte" (atherogene) cholesterol bij elkaar op. Omdat het niet gevoelig is voor nuchter zijn, kan het in niet-nuchter bloed worden bepaald, zoals wij het afnemen. De grens van 3,9 mmol/l is de afkapwaarde van de NHG-Standaard CVRM voor niet-nuchter bloed (80e percentiel). Welke waarde voor u wenselijk is, hangt af van uw totale risico op hart- en vaatziekten: is er een behandelindicatie, dan hanteert de NHG een lagere streefwaarde - < 3,4 mmol/l bij hoog risico en < 2,6 mmol/l bij zeer hoog risico (bijvoorbeeld na een hart- of vaatziekte). Bespreek uw uitslag met uw huisarts.

Bron: NHG Referentiepopulatie: Nederlandse volwassenen (niet-nuchter, 80e percentiel)

Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.

Non-HDL-cholesterol: wat deze test meet

Non-HDL-cholesterol staat zelden apart op uw aanvraag, want het laboratorium hoeft er niets extra's voor te doen. Het neemt uw totaal cholesterol en haalt daar uw HDL-cholesterol vanaf. Wat overblijft is de cholesterol in elk deeltje dat apolipoproteïne B draagt: LDL, IDL, VLDL, de restdeeltjes die na een vetrijke maaltijd ontstaan, en Lp(a).

Elk van die deeltjes draagt precies één molecuul apoB, en elk van die deeltjes kan de vaatwand in. HDL doet het omgekeerde en brengt cholesterol terug naar de lever. De aftrekking scheidt dus niet zomaar twee getallen, maar twee richtingen.

Waarom dat voor u kan uitmaken, ziet u pas wanneer u twee uitslagen naast elkaar legt. Het berekende LDL op een Nederlands lipidenprofiel komt vrijwel altijd uit de formule van Friedewald. Die schat het LDL door een deel van de triglyceridenwaarde van het non-HDL af te halen, namelijk die waarde gedeeld door 2,2. Hoe hoger uw triglyceriden, hoe meer er wordt afgetrokken en hoe lager uw LDL uitkomt, zonder dat er ook maar één deeltje is verdwenen.

Twee mannen van vijfenveertig, hetzelfde totaal cholesterol, hetzelfde berekende LDL, en toch een profiel dat niet hetzelfde is.

Op de uitslagMan A, taille 88 cmMan B, taille 106 cm
Totaal cholesterol5,0 mmol/l5,0 mmol/l
HDL-cholesterol1,7 mmol/l0,9 mmol/l
Triglyceriden1,1 mmol/l2,8 mmol/l
Berekend LDL2,8 mmol/l2,8 mmol/l
Non-HDL3,3 mmol/l4,1 mmol/l

Man B heeft geen enkel gunstiger kenmerk dan man A, maar zijn berekende LDL suggereert van wel. Zijn non-HDL ligt 0,8 mmol/l hoger, en dat verschil bestaat volledig uit de VLDL- en restdeeltjes die de triglyceriden met zich meebrengen. Die deeltjes tellen mee in non-HDL en vallen buiten LDL. Voor een man bij wie de taille de afgelopen jaren is opgeschoven, is dat geen bedacht scenario maar het meest gewone patroon dat er bestaat.

Het kost bovendien niets extra. Totaal cholesterol en HDL staan al op elk lipidenprofiel, dus het getal ligt er al klaar; het wordt alleen niet altijd voor u uitgerekend. ApoB telt de deeltjes zelf en is daarmee nog een slag zuiverder, maar moet apart worden aangevraagd. Non-HDL is de versie die altijd binnen handbereik ligt.

Non-HDL-cholesterol: waarom deze waarde ertoe doet

Vetweefsel rond de organen gedraagt zich anders dan vet onder de huid. Het geeft vrije vetzuren rechtstreeks aan de lever af, en de lever antwoordt door meer VLDL aan te maken: triglyceridenrijke deeltjes die stuk voor stuk een apoB-molecuul dragen. Bij insulineresistentie loopt die productie verder op, omdat insuline de aanmaak van VLDL dan minder goed afremt.

Vanaf dat punt verschuift het hele profiel op een voorspelbare manier. De VLDL-deeltjes ruilen onderweg triglyceriden uit tegen cholesterol uit HDL- en LDL-deeltjes. Uw HDL zakt daardoor, uw LDL-deeltjes worden kleiner en dichter, en er blijft een stoet restdeeltjes achter. Op de uitslag ziet u daar weinig van terug: het LDL-getal kan keurig blijven staan terwijl uw triglyceriden naar 2,5 of 3,0 mmol/l lopen. Non-HDL telt die hele stoet wel mee en komt dus omhoog.

Dat mannen dit patroon vaker treffen is geen toeval. Mannen slaan vet eerder rond de organen op dan onder de huid, en hun HDL ligt gemiddeld zo'n 0,2 tot 0,3 mmol/l lager dan dat van vrouwen. Bij hetzelfde totaal cholesterol valt het non-HDL van een man daardoor al hoger uit voordat er iets bijzonders aan de hand is. Bovendien loopt het risico op hart- en vaatziekten bij mannen ongeveer tien jaar eerder op dan bij vrouwen, wat betekent dat dezelfde waarde op dezelfde leeftijd anders weegt.

De hormonale kant hoort er eerlijk bij, inclusief de grenzen ervan. Een lager testosteron gaat statistisch samen met meer visceraal vet, hogere triglyceriden en een lager HDL, en die combinatie duwt non-HDL precies de verkeerde kant op. Welke kant de pijl op wijst is niet uitgemaakt: buikvet verlaagt testosteron en een lager testosteron maakt het aanleggen van buikvet makkelijker, waarschijnlijk allebei tegelijk. Wat u er niet uit mag afleiden is dat een hormoonbehandeling een lipidenprofiel opknapt. Dat is een gesprek met een arts en geen conclusie uit een uitslag.

Randgetal is non-HDL intussen allerminst. SCORE2, het Europese risicomodel dat sinds 2021 in de preventierichtlijn staat, rekent met dit getal en niet met LDL. Uw leeftijd, geslacht, rookgedrag en bovendruk gaan erin, en van uw lipiden uitsluitend het non-HDL.

Hoe hoog mag non-HDL-cholesterol zijn? Er bestaat geen antwoord dat voor iedereen opgaat. De Europese richtlijn voor vetstofwisseling koppelt de streefwaarde aan uw risicocategorie en zet hem daarbij steeds 0,8 mmol/l boven de bijbehorende LDL-streefwaarde.

Uw risicocategorieNon-HDL-streefwaardeWaar 3,5 mmol/l dan staat
Zeer hoog risicoonder 2,2 mmol/l1,3 mmol/l boven het doel
Hoog risicoonder 2,6 mmol/l0,9 mmol/l boven het doel
Matig risicoonder 3,4 mmol/lnet boven het doel
Referentie-interval van het laboratoriumtot 3,3 mmol/lgeen streefwaarde, maar een beschrijving van de bevolking

Neem die 3,5 mmol/l serieus als voorbeeld, want het is een waarde waarmee veel mannen thuiskomen. Bij een matig risico ligt u er net boven en is er ruimte om aan uw taille en uw triglyceriden te werken. Bij een hoog risico staat exact dezelfde 3,5 bijna een hele mmol/l van het doel af. Het getal is niet veranderd, alleen de context eromheen. Wie in welke categorie valt beoordeelt uw arts, aan de hand van uw leeftijd, bloeddruk, rookgedrag, bloedsuiker, familiegeschiedenis en eventuele eerdere vaatproblemen.

En de 3,3 mmol/l die het laboratorium afdrukt? Die beschrijft wat gebruikelijk is in de bevolking. Dat hij toevallig vlak bij het doel voor matig risico uitkomt maakt hem verraderlijk: bij een hoger risico oogt uw uitslag volledig normaal terwijl u ruim boven uw doel zit. Lees dus eerst uw risicoprofiel en pas daarna het getal. Staat er ook een ApoB op uw uitslag, dan is dat de zuiverdere deeltjesmaat; lopen beide uiteen, dan wint ApoB.

Non-HDL-cholesterol: wanneer is meten zinvol?

U hoeft non-HDL niet los aan te vragen. Elk lipidenprofiel levert het vanzelf, omdat de twee waarden die ervoor nodig zijn er toch al op staan. Nuchter komen hoeft evenmin: van het hele profiel reageert alleen de triglyceridenwaarde echt op eten, en die zit niet in de aftrekking.

Het getal wordt interessanter naarmate uw taille groeit. Is uw buikomvang de laatste jaren toegenomen, zijn uw triglyceriden verhoogd, of is er een keer niet-nuchter geprikt, dan is het non-HDL op diezelfde uitslag betrouwbaarder dan het LDL ernaast. Komen uw triglyceriden boven ongeveer 4,5 mmol/l uit, dan is het berekende LDL helemaal niet meer bruikbaar en hoort de bepaling nuchter te worden herhaald.

Veel mannen laten hun lipiden pas rond hun veertigste voor het eerst bepalen. Eerder beginnen is verstandig wanneer hart- en vaatziekten in uw familie op jonge leeftijd voorkwamen, wanneer uw bloeddruk of bloedsuiker al aandacht vraagt, of wanneer u rookt.

Prik niet midden in of vlak na een ziekteperiode. Na een infectie, een operatie of een hartinfarct zakken de cholesterolwaarden wekenlang, waardoor het profiel uw gewone niveau te laag inschat. Geef uzelf na herstel enkele weken voordat u opnieuw laat prikken.

Eén bepaling blijft een momentopname. Binnen dezelfde persoon schommelt het totaal cholesterol van dag tot dag met vijf tot tien procent en de triglyceridenwaarde met twintig tot vijfentwintig. Een verschil van 0,2 mmol/l tussen twee uitslagen zegt daarom niets. Wilt u de lijn over de jaren volgen, kies dan steeds hetzelfde laboratorium.

Valt uw non-HDL onverwacht hoog uit, zoek dan eerst naar een oorzaak buiten uw leefstijl. Een te langzaam werkende schildklier staat bovenaan dat lijstje en wordt regelmatig gemist, dus laat uw TSH meelopen. Verder kunnen ontregelde diabetes, nier- en leverziekte, galstuwing, fors alcoholgebruik en een reeks geneesmiddelen het profiel verstoren, waaronder corticosteroïden, thiazidediuretica, sommige bètablokkers en het gebruik van androgenen. Dat is materiaal voor uw arts en geen puzzel om zelf op te lossen.

Non-HDL-cholesterol: klachten bij een te hoge of te lage waarde

Lage waarden

Een laag non-HDL geeft geen klachten en is doorgaans juist gunstig: er circuleert dan weinig cholesterol in de deeltjes die zich in een slagaderwand kunnen vastzetten. Het laboratorium kent bij deze waarde alleen een bovengrens, dus er is geen ondergrens waar u naartoe zou moeten werken.

Bij mannen leeft één hardnekkig misverstand dat het benoemen waard is. Cholesterol is de grondstof waaruit uw lichaam testosteron opbouwt, en daaruit wordt weleens afgeleid dat een laag cholesterol uw hormoonaanmaak zou remmen. Zo werkt het niet. Binnen het gebruikelijke bereik is de aanvoer van cholesterol nergens de beperkende stap in die aanmaak, en een laag non-HDL is dus geen reden om meer verzadigd vet te gaan eten.

Een opvallend lage waarde vraagt wel om context. Zeer lage cholesterolwaarden komen voor bij een te snel werkende schildklier, bij lever- en darmaandoeningen waarbij vet slecht wordt opgenomen, bij langdurig te weinig energie-inname en bij een zeldzame erfelijke aanleg. Ze horen daarnaast gewoon bij een goed werkende cholesterolverlagende behandeling, en dan is een lage waarde precies de bedoeling. Leg een onverwacht lage uitslag daarom voor aan uw arts.

Hoge waarden

Een verhoogd non-HDL merkt u niet. Aderverkalking bouwt zich stil op, jaar na jaar, en geeft pas een teken wanneer een vat al fors vernauwd is. Er bestaat geen klacht die u vertelt dat uw deeltjesbelasting te hoog ligt.

Dat werkt ook de andere kant op, en dat is voor deze doelgroep de belangrijkste kanttekening. Vermoeidheid, minder energie of een teruglopend libido worden vaak op de cholesterolwaarde geschoven. Die klachten komen niet van een verhoogd non-HDL. Zoekt u er een verklaring voor, dan ligt die eerder bij uw slaap, uw schildklier, uw bloedsuiker of uw hormonen, en dat zijn andere bepalingen dan deze.

Wat wél de moeite van het melden waard is: pijn of druk op de borst bij inspanning, kortademigheid die niet bij uw belasting past, of pijn in de kuiten tijdens het lopen. Dat zijn late verschijnselen van gevorderde vaatschade en horen dezelfde dag bij een arts. Ook erectieproblemen die geleidelijk zijn ontstaan verdienen dat gesprek, omdat de bloedvaten daar nauw zijn en vaatproblemen zich er soms vroeger laten merken. Een verhoogde uitslag is een aanleiding voor dat gesprek en nooit een eigen diagnose.

Non-HDL-cholesterol: leefstijl en deze waarde

Non-HDL bundelt twee dingen in één getal, en dat geeft u twee knoppen in plaats van één. Alles wat het LDL-deel verlaagt telt mee, en alles wat het triglyceridendeel verlaagt telt óók mee. Voor het profiel dat bij een toegenomen buikomvang hoort, zit de grootste winst meestal in dat tweede deel.

Begin daarom bij de taille. Bij verlies van visceraal vet zakken de triglyceriden vaak sneller dan welke andere bloedwaarde ook, en met die daling verdwijnt een deel van de VLDL- en restdeeltjes die uw non-HDL omhoog duwen. Een paar centimeter rond het middel doet hier meer dan welke afzonderlijke voedingsregel ook.

Aan diezelfde knop zitten twee praktische schroeven. Snelle koolhydraten en suikerhoudende dranken verhogen de triglyceriden rechtstreeks, en alcohol doet dat eveneens; minderen werkt dus onmiddellijk door in uw non-HDL. Beweging helpt van twee kanten: duurinspanning verlaagt de triglyceriden, en krachttraining vergroot de spiermassa die uw glucose opneemt, waarmee de insulineresistentie achter dit profiel afneemt.

Aan de LDL-kant is de soort vet doorslaggevend. Verzadigd vet inruilen voor onverzadigd vet verlaagt het LDL-deel en daarmee het non-HDL, en oplosbare vezels uit haver, gerst, peulvruchten en groente doen hetzelfde. Niet roken hoort er onmiskenbaar bij, want roken verlaagt uw HDL en beschadigt de vaatwand, waardoor dezelfde deeltjesbelasting meer aanricht.

Slaap verdient een eigen zin. Kort of onrustig slapen, en zeker onbehandelde slaapapneu die bij mannen met een grote hals- en buikomvang vaker speelt, werkt insulineresistentie in de hand en daarmee precies het patroon dat uw non-HDL optilt.

Zoek bij een onverwacht hoge waarde altijd eerst naar een oorzaak buiten uw leefstijl en laat daarbij uw HbA1c en uw schildklier meelopen, want een ontregelde bloedsuiker of een trage schildklier verklaart meer profielen dan menig voedingsplan. En pas voorgeschreven medicatie nooit zelf aan op grond van een uitslag die u zelf hebt besteld.

Non-HDL-cholesterol: veelgestelde vragen

Wat heeft mijn buikomvang te maken met mijn non-HDL-cholesterol?

Vet rond de organen geeft vetzuren rechtstreeks aan de lever af, en de lever maakt daar extra VLDL van: triglyceridenrijke deeltjes die allemaal meetellen in non-HDL. Groeit uw taille, dan groeit die stroom deeltjes mee. Uw LDL kan intussen keurig blijven, omdat het die deeltjes niet meetelt en een berekend LDL bij hogere triglyceriden bovendien lager uitvalt. Non-HDL laat de verschuiving wel zien.

Hoe hoog mag non-HDL-cholesterol zijn als ik verder gezond ben?

Er is geen grens die voor iedereen geldt. De Europese richtlijn koppelt de streefwaarde aan uw risicocategorie: onder 2,2 mmol/l bij zeer hoog risico, onder 2,6 bij hoog en onder 3,4 bij matig risico. Bent u jong, niet-roker, met een normale bloeddruk en zonder belaste familie, dan valt u meestal in de lagere categorieën. Welke op u van toepassing is, beoordeelt uw arts.

Mijn non-HDL-cholesterol is 3,5 mmol/l. Wat betekent dat?

Dat hangt volledig af van uw risicoprofiel. Bij een matig risico ligt 3,5 mmol/l net boven het doel van 3,4 en is er ruimte om aan uw taille, uw triglyceriden en uw beweging te werken. Bij een hoog risico staat dezelfde 3,5 bijna een hele mmol/l boven het doel van 2,6. Dat de uitslag net boven de labgrens van 3,3 uitkomt zegt op zichzelf weinig.

Verlaagt afvallen rond mijn middel mijn non-HDL?

Meestal wel, en vaak sneller dan verwacht. Van alle bloedwaarden reageren de triglyceriden het krachtigst op verlies van visceraal vet, en met die daling verdwijnt een deel van de VLDL- en restdeeltjes die in non-HDL meetellen. Hoeveel het scheelt verschilt sterk per persoon. Meet niet eerder dan na acht tot twaalf weken, want daarvoor kijkt u vooral naar ruis.

Heeft mijn testosteronwaarde invloed op mijn non-HDL?

Er is een duidelijk verband, maar geen simpele oorzaak. Mannen met een lager testosteron hebben gemiddeld meer visceraal vet, hogere triglyceriden en een lager HDL, en die combinatie tilt non-HDL op. Tegelijk verlaagt buikvet het testosteron, dus de pijl wijst waarschijnlijk beide kanten op. Verwacht niet dat een hormoonbehandeling uw lipiden opknapt, en bespreek zoiets altijd met een arts.

Mijn vader kreeg op zijn 58e een hartinfarct. Verandert dat mijn streefwaarde?

Het kan uw risicocategorie verschuiven. Formeel geldt hart- en vaatziekte bij een vader of broer onder de 55 jaar als vroegtijdig, en bij een moeder of zus onder de 65; een infarct op zijn 58e valt daar net buiten. Toch weegt zo'n familiegeschiedenis mee in het oordeel van uw arts, naast leeftijd, bloeddruk, rookgedrag en bloedsuiker. Breng het ter sprake, want op uw uitslag staat het niet.

Onderzoeken met verwante waarden

Deze panelen meten waarden uit dezelfde categorie als deze marker.

Gezondheidscontroles

Mannen 40+ Panel

Leeftijdsgerichte screening inclusief testosteron en PSA.

HbA1c (Geglycosyleerd Hemoglobine) PSA (Prostaatspecifiek Antigeen) ALAT (Alanine-aminotransferase) TSH (Schildklierstimulerend Hormoon) Triglyceriden Kreatinine Vrij T4 (Thyroxine) LDL Cholesterol SHBG (Geslachtshormoonbindend Globuline) Cholesterol Totaal Vitamine D (25-OH) Vrij Testosteron Testosteron Totaal hsCRP (Hoog Sensitief CRP) HDL Cholesterol
€279,-
Gezondheidscontroles

Compleet Mannelijk Gezondheidspanel

Een breed mannelijk gezondheidspanel: hormonen, hart, metabole en orgaanfunctie in één bloedafname.

HbA1c (Geglycosyleerd Hemoglobine) ALAT (Alanine-aminotransferase) TSH (Schildklierstimulerend Hormoon) Triglyceriden Kreatinine Glucose (Nuchter) Vrij T4 (Thyroxine) LDL Cholesterol SHBG (Geslachtshormoonbindend Globuline) Cholesterol Totaal Vitamine D (25-OH) Vrij Testosteron Testosteron Totaal Ferritine hsCRP (Hoog Sensitief CRP) HDL Cholesterol
€289,-

Medisch adviseur

Medische standaarden

Dr. Naimi ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen.

Medisch beleid
CIBG Ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport
Officiële BIG-registratie BIG 49928676701 Opent in een nieuw tabblad