Een slaaponderzoek is het onderzoek waarmee slaapapneu wordt vastgesteld. Het meet een nacht lang je ademhaling, je zuurstofgehalte, je hartslag en je lichaamshouding, en levert een getal op: het gemiddelde aantal ademstops per uur slaap. Geen vragenlijst, geen bloedtest en geen app kan dat getal vervangen.
Dat is de kern, en het is meteen de reden dat dit stuk bestaat.
Want de meeste mannen die vermoeden dat er iets met hun slaap mis is, weten niet wat ze precies moeten vragen, bij wie, of wat er dan gebeurt. Hieronder de hele route, van het gesprek bij je huisarts tot de uitslag op papier.
Hoe test je slaapapneu?
Er zijn twee routes. Bij een thuisregistratie, ook wel polygrafie genoemd, krijg je apparatuur mee naar huis die je zelf omdoet en waarmee je in je eigen bed slaapt. Bij polysomnografie slaap je een nacht in een slaapcentrum, met meer sensoren en met personeel dat meekijkt.
Welke van de twee je krijgt, hangt af van je klachten en van wat de arts wil uitsluiten. De tabel hieronder zet ze naast elkaar.
| Thuisregistratie (polygrafie) | Polysomnografie | |
|---|---|---|
| Waar | In je eigen bed | Een nacht in een slaapcentrum |
| Meet ademhaling en zuurstof | Ja | Ja |
| Meet hersenactiviteit en slaapfases | Nee | Ja |
| Meet beenbewegingen | Meestal niet | Ja |
| Slaapkwaliteit tijdens de meting | Dicht bij normaal | Vaak minder, vreemde omgeving |
| Geschikt bij een duidelijk vermoeden | Ja, meestal de eerste stap | Bij twijfel of complexe klachten |
De thuisregistratie is in de praktijk de meest gebruikte eerste stap bij een duidelijk vermoeden van obstructieve slaapapneu. Het grote voordeel is dat je slaapt zoals je normaal slaapt.
Polysomnografie is uitgebreider en nodig wanneer de vraag ingewikkelder ligt, bijvoorbeeld bij een vermoeden van centrale apneu, rusteloze benen of narcolepsie.
Hoe kom je aan een slaaponderzoek?
Via je huisarts. Die beoordeelt je klachten, kijkt naar je bloeddruk, je gewicht en je halsomtrek, en verwijst bij een redelijk vermoeden door naar een longarts, KNO-arts of neuroloog, afhankelijk van het ziekenhuis en van je klachtenpatroon.
Het gesprek gaat makkelijker als je met concrete informatie binnenkomt. Neem mee sinds wanneer je moe bent, of iemand ademstops heeft gezien, hoe vaak je per nacht plast, of je met hoofdpijn wakker wordt en hoe je bloeddruk staat.
Chung en collega's ontwikkelden in 2008 STOP-BANG, een korte gevalideerde vragenlijst die de kans op obstructieve slaapapneu inschat. Acht ja-nee-vragen over snurken, moeheid, waargenomen ademstops, bloeddruk, BMI, leeftijd, halsomtrek en geslacht. Drie of meer ja-antwoorden gelden als verhoogde kans.
Die lijst stelt niets vast. Hij helpt je huisarts alleen inschatten of een onderzoek zinvol is. De volledige lijst staat in de pillar slaapapneu bij mannen.
Voor uitleg in gewoon Nederlands over wat een huisarts met slaapklachten doet, is Thuisarts het beste startpunt.
Wat wordt er tijdens een slaaponderzoek gemeten?
De kern is je ademhaling. Een bandje om je borst en buik registreert je ademhalingsbewegingen, een slangetje bij je neus meet de luchtstroom, en een klemmetje op je vinger meet je zuurstofverzadiging en je hartslag.
Daarnaast wordt vrijwel altijd je lichaamshouding vastgelegd. Dat klinkt als een detail maar is het niet: bij een deel van de mensen treden de ademstops vooral op wanneer ze op hun rug liggen, en dat maakt voor de behandeling verschil.
Bij polysomnografie komen daar elektrodes bij die je hersenactiviteit, je oogbewegingen en je spierspanning meten. Daarmee is te zien in welke slaapfase je zat op het moment dat je ademhaling stokte.
Ongemakkelijk? Iets, maar minder dan mensen verwachten. De meeste mensen slapen bij een thuisregistratie redelijk normaal.
Wat betekent de uitslag van een slaaponderzoek?
De belangrijkste uitkomst is de apneu-hypopneu-index, de AHI. Dat is het gemiddelde aantal ademstops en sterke ademverminderingen per uur slaap. De indeling hieronder wordt internationaal aangehouden.
| AHI | Wat het heet | Wat het in de praktijk betekent |
|---|---|---|
| Minder dan 5 | Geen slaapapneu | Klachten hebben een andere oorzaak |
| 5 tot 15 | Licht | Vaak eerst leefstijl en houding, behandeling afhankelijk van klachten |
| 15 tot 30 | Matig | Behandeling komt doorgaans in beeld |
| 30 of meer | Ernstig | Elke twee minuten een hapering, behandeling ligt voor de hand |
Naast de AHI kijkt de arts naar hoe diep je zuurstof zakt en hoe lang die laag blijft. Neem twee mannen met allebei een AHI van 18: als de een tijdens zijn ademstops tot 92 procent zakt en de ander tot 78, hebben ze op papier hetzelfde en in werkelijkheid iets heel anders.
Ook je klachten tellen mee bij de beslissing. Een AHI van 12 bij iemand die achter het stuur wegvalt, weegt zwaarder dan dezelfde 12 bij iemand zonder dagklachten.
Kun je slaapapneu thuis testen met een smartwatch?
Niet betrouwbaar. Sommige horloges en ringen meten je zuurstofverzadiging en signaleren dalingen, en een enkele fabrikant biedt inmiddels een goedgekeurde apneufunctie aan. Wat ze niet doen, is de luchtstroom bij je neus meten, en dat is precies waar de diagnose op rust.
Wat ze wel goed kunnen: een patroon zichtbaar maken dat je aanleiding geeft naar de huisarts te gaan. Een grafiek met terugkerende zuurstofdalingen is een prima gespreksopener.
Snurk-apps zijn nog een stap zwakker. Ze registreren geluid, niet ademhaling, en de stiltes tussen het snurken zijn nu juist het interessante deel.
Mijn eigen lijn hierin: gebruik ze om jezelf te overtuigen dat je iets moet laten uitzoeken, niet om jezelf gerust te stellen.
Wat kan bloedonderzoek hier wel?
Bloed stelt geen slaapapneu vast. Wat bloed doet, is de andere verklaringen voor je vermoeidheid in beeld brengen voordat je een traject in gaat: je schildklier, je ijzer en ferritine, je bloedsuiker en je testosteron.
Dat is meer waard dan het klinkt. Slaapklachten hebben vaak meer dan een oorzaak tegelijk, en een trage schildklier kan zowel de klachten nabootsen als de apneu zelf verergeren.
Daarnaast is er de hematocriet. Die kan bij langdurige nachtelijke zuurstofdalingen hoger uitvallen, en is bij mannen die testosteron gebruiken sowieso een waarde die meeloopt.
Je kunt dit zelf laten doen met het hormoonpanel voor mannen, ook zonder verwijzing. Hoe dat werkt staat in bloedtest zonder verwijzing. De waarden zelf vind je op hematocriet en TSH.
Waar het op neerkomt
Een slaaponderzoek is minder ingrijpend dan de meeste mannen denken. In de meeste gevallen is het een doosje dat je meekrijgt, een nacht in je eigen bed, en een uitslag met een getal erop.
Wat het onderzoek waardevol maakt, is dat het het enige is dat de vraag echt beantwoordt. Alle andere signalen, van snurken tot een STOP-BANG-score, zijn aanwijzingen.
Twijfel je, zet dan je klachten op papier, laat eerst je bloed de andere verklaringen uitsluiten en ga daarmee naar je huisarts. De symptomen staan in slaapapneu symptomen overdag, de behandelingen in slaapapneu apparaat.
Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.
Bronnen
- Chung F, et al. STOP questionnaire: a tool to screen patients for obstructive sleep apnea. Anesthesiology, 2008. PMID 18431116
- Heinzer R, et al. Prevalence of sleep-disordered breathing in the general population: the HypnoLaus study. The Lancet Respiratory Medicine, 2015. PMID 25682233
- Benjafield AV, et al. Estimation of the global prevalence and burden of obstructive sleep apnoea. The Lancet Respiratory Medicine, 2019. PMID 31300334
Auteur